Latijn lijkt in het begin een heel rare en moeilijke taal, omdat het niet lijkt op de moderne talen. Maar als je iets geleerd hebt over de grammatica en de woordvolgorde, kun je deze vroegere wereldtaal al snel goed begrijpen.

Je zult vaak werken en leren vanuit je boek en werkboek, maar daarnaast heb je ook soms de computer nodig, bijvoorbeeld tijdens het project over goden en helden en bij het woordjes leren.

Bij het leren van de taal zul je verbanden zien met Nederlands, Frans, Engels en Duits in woorden en grammatica, bij het leren van de klassieke cultuur zijn er verbanden met het vak geschiedenis en cultuurgeschiedenis.

Je gaat een keer op een dagexcursie naar Xanten, de Colonia Ulpia Trajana, in Duitsland om een beeld te krijgen van hoe een Romeinse stad er uit zag.

Om de banden met cultuurgeschiedenis te benadrukken, ga je in een project, als een echte wetenschapper, informatie verzamelen over een Griekse god of held. Alles wat je gevonden hebt verwerk je op een poster en ga je presenteren aan je klasgenoten.